1 Hoofdartikel beeld Kaap Hoorn -  schepen vertrek vanaf haven Hoorn

DE DIEPTE IN MET ELINE - DEEL 4

15 september 2015

Eline de Boer studeert Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij Zorro waar zij zich richt op het project Kaap Hoorn 400. Ze houdt zich bezig met geschiedenis, erfgoed en de presentatie daarvan. Op deze website verschijnt regelmatig een verdiepende tekst van Eline over (een element uit) de Kaap Hoorn-reis, over Hoorn rond 1615 of over het gebruik en de interpretatie van het verleden.

Zeemansvrouwen

Anders dan in het huidige Nederland waren vrouwen in de zeventiende eeuw niet vrij om dezelfde posities in te nemen als mannen. Zij mochten alleen beslissen over huishoudelijke uitgaven: andere transacties moesten geregeld worden door hun man. Voor de vrouwen van zeemannen werd vaak een uitzondering gemaakt. Zij moesten het lang zonder hun man zien te rooien en waren genoodzaakt de zaken zelf te regelen. Door een akte van procuratie op te laten stellen kon een zeeman zijn vrouw machtigen om bijvoorbeeld een bedrijf of winkel te kunnen runnen. Vaak ging het dan om aan de scheepvaart gelieerde nijverheid en handel.

Zeemansvrouwen handelden ook in voedsel en bier en leverden zaken als kaarsen en kleding. Daarnaast werden veel logementen en herbergen beheerd door vrouwen. Zij hadden overigens een slechte naam: nieuwkomers werden hun herbergen in gelokt en met drank en prostituees verleid. Vervolgens stelde de waardin aan haar gasten voor om bij de VOC in dienst te gaan om de hoge rekening die was ontstaan te kunnen betalen.

Vrouwen van zeemannen uit lagere sociale klassen verdienden geld met spinnen, naaien en wassen, door kostgangers in huis te nemen, groente en fruit te verbouwen of kleinvee te houden. Sommigen leenden geld bij andere zeemansvrouwen of kochten producten op krediet. Een enkeling zocht haar toevlucht in criminaliteit, zoals prostitutie. Sommige zaken, zoals erfenissen, bleven overigens voor veel vrouwen verboden terrein en werden aan andere mannelijke familieleden overgelaten.

Als haar man geen akte van procuratie had laten opstellen, kon een vrouw dat alsnog laten doen. Zo’n verzoek werd vaak ingewilligd. Deed de overheid dit niet, dan was zo’n vrouw meestal aangewezen op armenzorg, wat meer geld kostte. De inkomsten van zeelieden waren doorgaans laag en onzeker, en hun vrouwen moesten hard werken om te overleven. Voor de lokale economie en samenleving in veel zeventiende-eeuwse plaatsen speelden zeemansvrouwen dan ook een belangrijke rol, ondanks het feit dat slechts zo’n twintig procent van de zeevarenden getrouwd was.

NMeer weten?
- E. van der Doe, P. Moree en D.J. Tang, red., De voortvarende zeemansvrouw. Openhartige brieven aan geliefden op zee (Zutphen 2010).