IMG_6131

DE DIEPTE IN MET ELINE - DEEL 7

13 november 2015

Eline de Boer studeert Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij Zorro, bij het Kaap Hoorn 400-project. Ze houdt zich bezig met geschiedenis, erfgoed en de presentatie daarvan. Op deze website verschijnt regelmatig een verdiepende tekst van Eline over (een element uit) de Kaap Hoorn-reis, over Hoorn rond 1615 of over het gebruik en de interpretatie van het verleden.

Aan de kost in 1615
23 november 1615

‘’t Werde oock heden ghestatueert, dat elck Matroos soude daechs voortaen een mutsken Spaensche Wijn hebben, ende ter weeck een Mutsken Olie, om dat de Boter ende de Fransche Wijn gheconsumeert waren.’ – Jacob le Maire

Aan boord van een zeventiende-eeuws zeeschip was eten regelmatig reden tot grote zorg. Omdat vaak een lange tijd geen verse producten ingeslagen konden worden, moest de voorraad groot en zo lang mogelijk houdbaar zijn. Dit betekende dat vlees en vis gedroogd of gepekeld, kaas geteerd, en groenten gedroogd of ingemaakt werden voor de reis. Vers was het voedsel dus meestal niet.

De zeelieden die op ontdekkingstocht gingen kregen zware kost te eten. Er was drie keer per dag een warme maaltijd, die werd gegeten met houten bestek uit bakken waarin eten zat voor ongeveer acht man. ’s Ochtends werd gort met boter, vet gesmoorde pruimen of rozijnen gegeten. ’s Middags en ’s avonds meestal erwten of bonen en soms rijst, gort of zuurkool. Viermaal per week kwam stokvis op tafel, twee keer pekelvlees en eenmaal spek. Mosterd en azijn werden gebruikt om eten te kruiden. Als het mogelijk was werd extra vlees of spek gegeven op zondag en donderdag. Ook zat in het weekrantsoen per persoon vier à vijf pond scheepsbeschuit (dat binnen de korste keren steenhard was) of (rogge)brood en een pond kaas. Dagelijks kregen de scheepslieden één flapkan bier, wat gelijk staat aan ongeveer 1,2 liter. Daarnaast werd veel wijn gedronken en kregen de mannen regelmatig ’s ochtends een oorlam brandewijn. Tijdens de expeditie van de Austraalse Compagnie werd geregeld vis gevangen (en gegeten).

Ook in de thuishaven Hoorn was het aanbod van voedsel beperkter dan we tegenwoordig gewend zijn. Dat is geen verrassing. Tegenwoordig is het gebruiken van streek- en seizoensgebonden producten populair, maar destijds hadden mensen geen keus: er was vaak niets anders. Toch werd de Nederlandse keuken over het algemeen als rijk bestempeld door buitenlanders. Het basisvoedsel bestond uit brood en bier, maar ook vis en vlees kwamen het hele jaar door op tafel. In de winter waren er zoutevis, gort, erwten, spelt en allerlei worst, terwijl het hele jaar door rijstebrij klaargemaakt kon worden.

Tarwebroodsoep, wittebroodsop van melk of schapennat, gezouten vlees of gehakt met krenten en kool, schapenhutspot met wortelen of pruimen, grauwe erwten met boter of azijn: zomaar een greep uit het zeventiende-eeuwse, Hollandse receptenboek, waarin de stevige maaltijd de boventoon voerde. Bij de burgerij was zoetigheid, zoals flensjes, taarten, vla, marsepein, suikergoed en koeken, inmiddels ook populair. Kruiden die werden gebruikt kwamen vooral uit de eigen streek, want voor velen waren de uit de Oost geïmporteerde specerijen te duur.

Tijdens dit Kaap Hoorn-jaar proef je in Hoornse restaurants de historische smaken in frisse, hedendaagse recepten. Bovendien wordt je mee op reis genomen door rumlikeur en wordt je fantasie geprikkeld door de Kaap Hoorntjes van ijssalon Vivaldi.

Meer weten?

- G.M.W. Acda, Voor en achter de mast. Het leven van de zeeman in de 17de en 18de eeuw (Bussum 1976).

- H. Hazelhoff Roeldzema, De eerste reis rond Kaap Hoorn, 1615-1616, door Jacob le Maire en Willem Cornelisz Schouten. De oorspronkelijke beschrijvingen in hedendaagse spelling overgezet en van commentaar voorzien (Hoorn 2001).

- D.R. Barnes, Smakelijk eten. Eten & drinken in de Gouden Eeuw (Hoorn 2011).

- H. Ketting, Leven, werk en rebellie aan boord van Oost-Indiëvaarders (1595-1650) (Amsterdam 2002).

- Linschoten-vereeniging, De ontdekkingsreis van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz Schouten in de jaren 1615-1616 (Zaltbommel 1945).