IMG_6131

DE DIEPTE IN MET ELINE – DEEL 8

08 december 2015

 

Eline de Boer studeert Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij Zorro, bij het Kaap Hoorn 400-project. Ze houdt zich bezig met geschiedenis, erfgoed en de presentatie daarvan. Op deze website verschijnt regelmatig een verdiepende tekst van Eline over (een element uit) de Kaap Hoorn-reis, over Hoorn rond 1615 of over het gebruik en de interpretatie van het verleden.

Werk aan boord
Aan boord van een schip was - en is - altijd veel werk te verzetten. Bij de VOC was de bemanning ingedeeld in drie kwartieren, wachten of divisies. Vermoedelijk werd met een soortgelijke orde gewerkt door het bestuur van de Austraalse Compagnie, die in 1615 twee schepen vanuit Hoorn naar het onbekende liet vertrekken. Elke divisie had acht uur de wacht aan dek. Bootsgezellen en bosschieters (beide matrozen) moesten de zeilen innemen of bijzetten en daarvoor soms meerdere keren op een dag het want in. Het naar de wind zetten van de zeilen kon vanaf het dek, door aan touwen te trekken. Bij slecht weer of in andere moeilijke omstandigheden moest alle hens aan dek; iedereen moest aan het werk om het schip varende te houden. Naast het bedienen van de zeilen moesten matrozen vrijwel permanent water wegpompen, een zwaar karwei waarvoor meerdere mensen per pomp nodig waren. Daarnaast waren dagelijks timmerlieden bezig met het onderhouden, kalfaten, van de schepen.

In de zeldzame tijden waarin er minder te doen was, zoals tijdens windstiltes, of als zeelieden vrijaf hadden, gingen zij op zoek naar vermaak. Sommigen speelden dan een spel, meestal een bordspel of een kansspel, waarbij de inzet belangrijk was. Dit gaf overigens vaak aanleiding tot ruzie. Anderen vertelden elkaar verhalen; over spannende avonturen die zij hadden beleefd of over vrouwen. Ook was zwemmen of vissen soms een optie. Op weg naar Kaap Hoorn werd zelfs regelmatig vis gevangen. Een enkeling las een boek. Totdat de wind aanzette, dan moesten de handen weer uit de mouwen.