IMG_6131

DE DIEPTE IN MET ELINE – DEEL 9

22 december 2015

Eline de Boer studeert Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij Zorro, bij het Kaap Hoorn 400-project. Ze houdt zich bezig met geschiedenis, erfgoed en de presentatie daarvan. Op deze website verschijnt regelmatig een verdiepende tekst van Eline over (een element uit) de Kaap Hoorn-reis, over Hoorn rond 1615 of over het gebruik en de interpretatie van het verleden.

Gehoornd zeemonster
5 oktober 1615

‘Den 5 hadden wy de hooghde van 4 graden 27 minuten. Ontrent de middach was sulcken gedruysch voor aende boegh van ’t schip, dat onse Schipper zijnde achte inde gaeldery, meynde datter een man voor vant schip ofte vande boeghspriet int water viel, maer alsoo hy ter zijnden daer nae uytsach, sach hy dat de Zee heel root van bloet was, als offer een groote menichte bloet uytghegoten hadde gheweest, daer in hy verwondert was, niet wetende wat het mochte bedieden, maer bevonden daer nae dat een groote ghehoornde visch ofte Zeemonster teghen ’t schip met zijn hoorn hadde ghestoten meet een wonderbaerlijcke cracht…’ – Willem Cornelisz Schouten

Een paar maanden later, in Porto Desire, wordt het schip drooggezet om de huid te kalefateren, schoon te maken. In de boeg steekt de grote hoorn van het monster door drie huidlagen en een stuk spant heen. Had het beest het schip op een andere plek geraakt, naast een spant, dan had het een groot gat in de huid geslagen en was het schip vergaan. De hoorn was van sterk en zeer hard been, leek op de slagtand van een olifant en was met grof geweld afgebroken. Van wat voor groots zeemonster kan deze in hemelsnaam afkomstig zijn?        

Na wat onderzoek blijkt dat het beest een zwaardvis geweest kan zijn, een roofvis die tot vierenhalve meter lang kan worden en met gemak zijn zwaard in hout boort. Tot de (minder waarschijnlijke) mogelijkheden behoort tevens een narwal, ook wel ‘eenhoorn van de zee’ genoemd; wat overigens minder monsterlijk klinkt dan de enorme, verwoestende kracht waarmee het dier tegen het schip botste doet vermoeden. Een narwal is een walvisachtige die vier tot vijf meter lang kan worden en een slagtand met een lengte van drie meter kan hebben. Dit dier leeft echter boven de zeventig graden noorderbreedte, in het poolgebied, een heel eind verwijderd van de plaats waar de botsing plaatsvond. Zou een eenhoorn van de zee uit koers geraakt kunnen zijn en zijn hoorn in het Hoornse schip hebben geboord? Was het een zwaardvis? Of hebben de expeditieleden toch een aanval van een onbekend zeemonster overleefd?

Meer weten?

- H. Hazelhoff Roeldzema, De eerste reis rond Kaap Hoorn, 1615-1616, door Jacob Le Maire en Willem Cornelisz Schouten. De oorspronkelijke beschrijvingen in hedendaagse spelling overgezet en van commentaar voorzien (Hoorn 2001).

- Linschoten-vereeniging, De ontdekkingsreis van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz Schouten in de jaren 1615-1616 (Zaltbommel 1945).