IMG_6131

DE DIEPTE IN MET ELINE – DEEL 2

29 mei 2015

Eline de Boer studeert Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en loopt stage bij Zorro, bij het Kaap Hoorn 400-project. Ze houdt zich bezig met geschiedenis, erfgoed en de presentatie daarvan. Op deze website verschijnt regelmatig een verdiepende tekst van Eline over (een element uit) de Kaap Hoorn-reis, over Hoorn rond 1615 of over het gebruik en de interpretatie van het verleden.

Willem Cornelisz Schouten, de Horinese zeeheld
In de negentiende eeuw, in een tijd van nationalisme, werd Willem Cornelisz Schouten bestempeld als zeeheld, naast Michiel de Ruijter en Piet Heijn. Dit bewijst ook de tekst in De merkwaardigste Nederlandse zeereizen, een boek dat in 1825 werd geschreven voor ‘de Nederlandse jeugd’:

Bij herhaling [moet gij] hunne roemvolle daden en dikwijls moeitevolle lotgevallen lezen en overdenken; zoo veel mogelijk is hunne voetstappen drukken, en hunne eer, tegen elk die dezelve aanrandt met een vaderlandsch hart verdedigen.

De nationale trots werd in de negentiende eeuw weergegeven door mythevorming en heldenverering. Het Kaap Hoorn-jaar biedt een mooie mogelijkheid om deze negentiende-eeuwse praktijken weer tevoorschijn te halen en te vertellen dat ook uit Hoorn grote historische figuren komen. Anders dan De Ruijter en Heijn is de held Schouten inmiddels namelijk in de vergetelheid geraakt en het is tijd hier verandering in te brengen.

Willem Cornelisz Schouten was een geboren Horinees. Voor hij op expeditie ging voor de Austraalse Compagnie is Schouten hij waarschijnlijk drie keer in Oost-Indië geweest en had hij dienst gedaan als schipper, stuurman en koopman. Schouten werkte eerder onder meer als schipper op de Duyfken, een verkenningsjacht dat in 1601 uitvoer bij Texel en later voor Bantam een Portugese blokkade doorbrak. Van dit schip bestaat overigens een Australische replica, die in 2006 ook de haven van Hoorn aandeed.

Dat Willem Schouten schipper werd voor de Austraalse Compagnie berust deels op toeval. (Al valt er natuurlijk iets voor te zeggen dat alles toeval is, maar laten we niet te filosofisch worden.) Isaac le Maire had geen speciale band met Hoorn of met Schouten. Een belangrijke reden waarom hij juist Schouten aannam was dat hij - vanwege geschillen met de VOC - buiten Amsterdam zocht naar bemanning, Hoorn destijds een belangrijke zeehaven was en Schouten zich als goede schipper had bewezen.

Het in dienst nemen van Schouten resulteerde in een Hoornse bemanning: het was in het begin van de zeventiende eeuw gebruikelijk dat de schipper zijn eigen bemanning bij elkaar bracht. Bovendien werd destijds - anders dan een halve eeuw later - nog gezocht naar zeelieden die bekend, vakbekwaam en betrouwbaar waren.

Al tijdens zijn leven verwierf Schouten enige bekendheid. Zijn eerdere overzeese verdiensten waren niet onopgemerkt gebleven en niet lang na de terugkeer van de expeditie, die overigens weinig resultaat had, werd onder zijn naam een reisverslag gepubliceerd: Journael ofte beschryvinghe vande wonderlicke reyse. In de negentiende eeuw werd Nederland aan de Horinese schipper herinnerd en nu is het opnieuw tijd voor het opfrissen van ons (nationalistische) geheugen om Hoorn onder de aandacht te brengen.

Meer weten?
- J.A. Oostkamp, De merkwaardigste Nederlandsche zeereizen sedert den jare 1594 voor de
vaderlandsche jeugd
(Amsterdam 1825).
- H. Hazelhoff Roeldzema, De eerste reis rond Kaap Hoorn, 1615-1616, door Jacob Le
Maire en Willem Cornelisz Schouten. De oorspronkelijke beschrijvingen in hedendaagse
spelling overgezet en van commentaar voorzien
(Hoorn 2001).